Baardwijkse overlaat als onderwerp van militaire studies
1766-1795 Het grote inundatiegebied van de Baardwijkse overlaat tussen ’s-Hertogenbosch en Doeverden is gebaseerd op de vroegere waterbeheersingssituatie: bij overstromingen van de Maas zou het water weglopen van de stad ’s-Hertogenbosch. Uit de Middeleeuwen dateert al het idee om de waterhoogte van de Maas te beheersen via overlaten om de regio te behoeden voor onbeheersbare overstromingen. Overigens is het systeem niet altijd succesvol: tot in de negentiende eeuw vinden ter plaatse nog grote overstromingen plaats.
Vanaf 1766 wordt het systeem van dijken en sluizen ingezet voor militaire inundaties. De eerste werken worden uitgevoerd onder toezicht van luitenant-ingenieur G.E. Haberkorn en de dijk- en kribbaas A. van Helden. In de jaren tachtig voert kapitein-ingenieur Dalhoff de regie. Dat zijn kennis van het gebied niet alleen wordt gewaardeerd door de autoriteiten van de Republiek, blijkt wel uit het feit dat hij in 1795 een rapport schrijft voor de Bataafse Provisioneel Representanten over de drie dijkdoorbraken in Hedikhuizen op 18 februari 1795.
De kunstwerken ten behoeve van militaire inundatie blijven ook na deze periode in bedrijf. Pas met het graven van het Drongelens Kanaal tussen 1907 en 1911 verliest de overlaat zijn militaire functie.
Nationaal Archief, toegang 3.01.43: Archieven van de Contrarolleurs, later Contrarolleurs-Generaal van ’s Lands Werken en Fortifcatiën in dienst van de Provincie Holland en West-Friesland, inventarisnrs. 106 t/m 110 en 158 t/m 162.
’s Lands Drukkerij, Decreeten van de Provisioneel Repaesentanten van het Volk van Holland (van 1795), pagina 596.
