Afzanding ter verdediging van vesting Naarden
1817 C.R.T. Kraijenhoff, inspecteur-generaal der Fortificatieën, schrijft een memorie over het belang van de afzanding bij de vesting Naarden. Hij borduurt daarmee voort op een traditie die is gestart door Willem III: de gronden rond de vesting Naarden dienen afgegraven te worden om de hoge en daarmee kwetsbare ligging van de stad teniet te doen.

Waterlinie De vesting Naarden maakt deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, het enorme militaire en waterbouwkundige project dat in 1815 is gestart. Inundatie is daarin het belangrijkste wapen om Holland tegen oprukkende vijanden te beschermen. De hoge gronden van Naarden kunnen in zo’n geval fungeren als acces of vrije en vooral droge toegang tot Holland. Om dit te voorkomen is er maar één oplossing: de hoge gronden dienen afgegraven te worden.
Inundaties Het afgraven van de Naardense zandgronden, ofwel ‘afzanding’, is al veel langer onderwerp van militair-strategische plannen en activiteiten. Tot 1672 is de zandafgraving vooral commercieel: als grondstof voor de groeiende stad Amsterdam. Maar na de verovering door de Fransen in 1672 wordt op aandrang van Willem III de afzanding opnieuw gestart. Nu echter om defensieve inundaties te kunnen stellen. Met Naarden als belangrijk onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn de afzandingen om militaire redenen in 1817 weer helemaal actueel.
Noord-Hollands Archief, toegang 84: Eerstaanwezend ingenieurs der Genie, inventarisnr. 75.
