vestingen, forten en vestingbouwers in de Nederlandse archieven tot 1900

maandag
1
Feb 2010

Bastions Oranje en Promers van de vesting Naarden

Promerskazerne te Naarden1849-1909 De prachtig gerestaureerde vesting Naarden kent zes bastions en daarbuiten zes ravelijnen. De bastions Oranje en Promers zijn verbonden via een courtine waarin de Utrechtse Poort een plaats heeft. Deze biedt toegang tot de ravelijn Oranje-Promers. Van dit complex in het oosten en zuidoosten van de stad was vroeger en is tegenwoordig ook vooral de bebouwing van bastion Promers imposant. Het militair hospitaal en de kazerne die een plaats hebben in het bastion, zijn een fraai voorbeeld van de negentiende-eeuwse militaire architectuur. De kazerne is tussen 1875 en 1877 gebouwd door Hendrik Promers, waar de kazerne en het bastion dus ook naar zijn vernoemd.

Van de vesting Naarden is een enorme hoeveelheid archiefmateriaal bewaard gebleven. De belangrijkste bronnen worden hieronder genoemd. Het garnizoensboek van Naarden geeft vooral een beeld van de verschillende werkzaamheden, de verdeling daarvan en de beslissingen die ten grondslag liggen aan de bouw, verbouw en het onderhoud van de vesting. Als vervolgens de complete geschiedenis en de ontwerpdocumenten van het bastion Promers wordt blootgelegd (en dan vooral van deze grootte zoals in Naarden), zien we een fraai voorbeeld van het ‘thema’ van zo’n bastion (foto: zeer informatieve en interactieve site over vesting Naarden).

Noord-Hollands Archief, toegang 241:Eerstaanwezend ingenieur der Genie Naarden, inventarisnr. 7744.

Idem, toegang 548: Kaarten en tekeningen van de eerstaanwezend ingenieur der Genie van Naarden, Haarlem en Den Helder, inventarisnrs. 42 t/m 48, 120 t/m 125, 412 t/m 432, 442 t/m 472.

donderdag
28
Jan 2010

Drie eeuwen over de Grote of Spinolaschans in Terheijden

1642-1962 Breda was in de Tachtigjarige Oorlog strategisch zo belangrijk dat rondom de stad verschillende schansen werden aangelegd om dan weer de Staatse, dan weer Spaanse troepen te herbergen. Ook in en om Terheijden sloegen de troepen regelmatig hun tenten op, wat resulteerde in twee schansen: de zogenaamde Grote of Spinolaschans en de Kleine Schans. De Grote Schans ligt op de plek waar het gehucht Hertel heeft gelegen. Maar ook later was Terheijden belangrijk voor de verdediging van ’s lands grenzen. In 1701 werden twee linies aangelegd naar ontwerp van Menno van Coehoorn. De aardwerken zijn voor het laatst in gereedheid gebracht tijdens de Belgisch Opstand.

Vestingwerken van Terheyden (Gemeenteatlas Kuyper 1867)Van de Grote Schans is één fraaie kaart uit 1642 beschikbaar. Deze toont Terheijden tezamen met het fort. In de periode 1700-1750 is er vooral sprake van het vervallen fort, dat eveneens staat afgebeeld op een aantal kaarten. Eind achttiende eeuw worden er verschillende ontwerpen gemaakt voor nieuwe fortificatiën, waaronder een retranchement op de plaats van het oude fort. De overige archiefstukken betreffen vooral de periode na de Belgische Opstand. Zo zijn er van de verboden kringenverschillende tekeningen en documenten over de begrenzing van de Rijksmilitaire gronden. Demilitarisatie van de Grote of Spinolaschans vindt tenslotte plaats tussen 1952 en 1962.

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC), toegang 109: Dienst der genie in Noord-Brabant, inventarisnrs. 1326-1330.

Nationaal Archief, toegang 2.13.37: Archief van de Koninklijke Landmacht: Genie: Verboden Kringen, inventarisnrs. 11.4, 11.5 en 11.6

Idem, toegang 2.14.73: Archief van de Afdeling Oudheidkunde en Natuurbescherming en taakvoorgangers, inventarisnr. 1182.

Idem,toegang 4.OPV: Plans van Vestingen der Genie van het Ministerie van Oorlog, inventarisnrs. B266-B269.

Idem, toegang 4.OSPV: Archief van Situtatieplans van Vestingen der Genie van het Ministerie van Oorlog, inventarisnr. B35.

maandag
25
Jan 2010

Plannen voor versterking van de oostelijke frontier

friedrich willem III van pruisen1817-1870 Kort na de stichting van het nieuwe Koninkrijk der Verenigde Nederlanden, onder koning Willem I, ontstaan plannen voor de versterking van de zogenaamde oostelijke frontier: de grens tussen de Nederlanden en de staten binnen de Duitse Bond, waaronder het Pruisen van Frederik Willem III (zie foto). In 1817 wordt een grote topografische kaart van het gebied getekend, gebaseerd op de bestaande kaartbladen en geografische gegevens. De set bestaat uit 18 aaneensluitende bladen. Er verschijnt een memorie met voorstellen ter versterking van de betreffende vestingen, die wordt begeleidt door situatiekaarten en vestingplans. Maar het plan wordt niet uitgevoerd.

De oostelijke frontier wordt echter niet helemaal veronachtzaamd. In 1840 verschijnt er een memorie over de vestingen tussen Doesburg en Nijmegen. In de jaren zestig is een commissie actief die de oostelijke frontier structureel onderzoekt, echter zonder noemenswaardig en structureel resultaat. In 1870 tenslotte, als een grote inventarisatie en adviesronde plaatsvindt over bewapening van de forten, linies en vestingen, krijgt ook de oostelijke frontier nog een eigen rapportage. Met de vestingwet van 1874 verliest de oostelijke linie haar functie en worden de vele vestingen stuk voor stuk ontmanteld.

Nationaal Archief, toegang 2.13.15.01: Archief van de Koninklijke Landmacht: Generale Staf, inventarisnr. 21.

Idem, toegang 4.OBGK: Binnenlandse Gedrukte Kaarten behorende tot het archief der Genie, inventarisnr. P3.105.

Idem, 4.OMM: Memories der Genie, Kaarten, Plans, Atlassen en Verslagen van Commissies op het Gebied van de Defensie afkomstig van het Ministerie van Oorlog, inventarisnrs. 268, 269 en 270.

Idem, toegang 4.OPV: Plans van Vestingen der Genie van het Ministerie van Oorlog, inventarisnr. Z48.

Idem, toegang 4.TOPO: Kaartenarchief van de Topografische Dienst en Rechtsvoorgangers, inventarisnr. 17B.
donderdag
21
Jan 2010

Beplanting op Fort aan de Nieuwe Steeg

Het Fort aan de Nieuwe Steeg is gebouwd in 1878, als één van de grotere forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het wordt ook wel ‘Fort bij Herwijnen’ genoemd. Het fort sluit de dijk langs de Linge af en een acces (droogvallend gebied) aan de open keelzijde van het fort. Het opmerkelijkste gebouw op het forteiland is de bomvrije kazerne, die bestaat uit twee tegenover elkaar gelegen gebouwen van twee verdiepingen.

Fort aan de Nieuwe SteegDe beplanting van zo’n groot fort vormt bij de aanleg een aspect op zich. De beplanting van Fort aan de Nieuwe Steeg staat volledig beschreven in het uitvoerige bestek: ‘Op de berm zijn een doornenhaag lang 9.2m en 186 stuks wilgen, op Rijksgrond buiten het fort 39 wilgen en 50 iepen gepland’. Uit het bestek is echter niets bekend over de plaats van de wilgen en de verdeling van het aantal over het forteiland. Hier moeten we dus af gaan op de luchtfoto’s, waarvan we er gelukkig een aantal hebben. Opmerkelijk is dan dat de luchtfoto’s uit 1926 lijken te wijzen op wilgen op de wallen zelf. Met name op een zomerse luchtfoto van 1926 is ten minste aan de noordzijde van het fort duidelijk alleen begroeiing op de plongee van de wal. Langs de noordzijde stonden twee rijen wilgen. Een dergelijke haag is echter wel duidelijk te zien op de luchtfoto’s van het fort uit 1926 en op de RAF luchtfoto van 1945. De haag omringt dan het complete fort, met uitzondering van de berm aan de zuidelijke lange zijde. Daar stopt de haag ongeveer halverwege de berm tussen het zuidoostelijke bastion en de brug. Deze begrenzing is op alle luchtfoto’s goed te zien, maar een reden hiervoor is niet gevonden.

Bomen waren op het fort vooral te vinden op het zuidwestelijk bastion (in de keel daarvan). De binnenplaats achter de loods (op de terre) had een kleine boomgaard.

Bestek en foto’s zijn onder andere te vinden in het archief van de Stichting Menno van Coehoorn.

Nationaal Archief, toegang 4.OGT: Kaarten en tekeningen van de afdeling Genie van het ministerie van Oorlog, inventarisnrs. 150-151

Idem, toegang 4.OPV: Plans van Vestingen der Genie van het Ministerie van Oorlog, inventarisnrs. H469-H469B.

Idem, toegang 4.RGD: Tekeningenarchief van de Rijksgebouwendienst, inventarisnr. 1463.

dinsdag
19
Jan 2010

Protest tegen vergraven gronden van Coevorden

1707 Coevorden en Doesburg delen verschillende onderdelen van hun vestinggeschiedenis. Beide steden worden rond 1700, na een catastrofale bezetting door de Fransen, versterkt naar ontwerp van Menno van Coehoorn. Coevorden, dat in de Tachtigjarige Oorlog gold als sterkste vesting van Europa, wordt daarmee opnieuw op sterkte gebracht.

vesting CoevordenHet kasteel van Coevorden was lange tijd het belangrijkste en tenminste meest herkenbare onderdeel van de vestingstad. Het stelsel van bastions en grachten volgens het Oudnederlandse stelsel was daarop de eerste uitbreiding. Maar met de wijzigingen van Van Coehoorn komt daarin opnieuw verandering. Net als in het genoemde Doesburg worden de landen van burgers gevorderd en vergraven, of zoals dat in de Gelderse stad wordt genoemd ‘vergraven, ingesloten, bedorven, geoccupeerd en verruïneerd’.

In Coevorden laten de benadeelde burgers het er niet bij zitten. Als zij in 1707 worden aangeslagen voor de grondbelasting, protesteren ze massaal, tot de Staten van Drenthe aan toe.

Drents Archief, toegang 1: Oude Staten Archief, inventarisnr. 984.

vrijdag
15
Jan 2010

Utrechtse werklieden voor fort Lasalle in Den Helder

1810-1814 Sinds de landing van Engelsen en Russen in de kop van Holland (1799) werken opeenvolgend de ingenieurs van de Bataafse Republiek, Koninkrijk Holland en het Franse keizerrijk aan de versterking van Den Helder. Het blijft echter beperkt tot kleine uitbreidingen en verbeteringen aan de batterijen. Als de commandant van de zeemacht ter rede van Texel tijdens het Koninkrijk zijn superieuren erop wijst dat Den Helder slecht te verdedigen is, krijgt J. Blanken Jansz. opdracht een verdedigingsplan te ontwerpen.

Na de inlijving van ons land door Napoleon in juli 1810 geeft hij op  6 april 1811 zijn goedkeuring aan de uitgewerkte plannen voor de bouw van fort Lasalle (Erfprins). In 1811-1813 wordt het fort aangelegd als een groot onregelmatige aarden vijfhoekig gebastioneerd fort, met twee grote en één kleiner ravelijn aan de zeezijde. In 1814 bestaat de bebouwing binnen het fort dan uit 9 houten kazernen, 4 bomvrije houten bergplaatsen voor levensmiddelen, één bomvrije houten hospitaal, één bakkerij,één regenwaterbak, één bomvrij gemetseld buskruidmagazijn en 7 houten buskruidmagazijntjes.

fort Lasalle

We weten uit talrijke bronnen dat de bouw van forten veel mankracht vergde. Maar dat de werklieden zelfs van het Utrechtse platteland werden geworven, is bijzonder. In 1811 krijgen de gerechtsbesturen van Leersum en Asschat betaald voor het leveren van vijf werklieden bij de bouw van fort Lasalle (bron afbeelding: fortendenhelder.nl).

Archief Eeemland, toegang 600: Gerechten Leersum en Asschat, inventarisnr. 237.