Dumoulins adviezen over de Grebbelinie
1776-1795 Na zijn aanstelling als directeur-generaal der Fortificatiën trekt Carel Diederik Dumoulin door het land om de linies en verdedigingswerken te inspecteren. Hij beschouwt de Utrecht-Gelderse Grebbelinie als ‘één der sterkste bolwerken der Provincien van Holland en Utrecht; dat de natuur hier wederom genoeg gegeeven heeft, om er voor de defensie eene schoone party was te trekken’. De opmerkingen van Dumoulin landen echter onvoldoende bij de Staten-Generaal en Raad van State.
In 1780 verzoekt hij meermaals tevergeefs zijn inspectie van de linie te magen vervolgen en verbeteringen aan te brengen. In 1781 dringt hij opnieuw aan ‘dat aan de Linie van de Grebbe de hand mogte geslagen worden’. En wederom blijft een reactie uit. In 1784 adviseert een commissie dan in een rapportage aan de Staten van Holland en Westfriesland over de staat van defensie van de Republiek. Onderdeel hiervan zijn opnieuw Dumoulins verbeteringen van de Grebbelinie. Op de laatste dag van 1792 neemt de Raad van State dan eindelijk het besluit de Grebbelinie niet alleen te verbeteren, maar ook in staat van verdediging te brengen: de Franse revolutionaire legers beginnen zich immers te roeren. Enkele ingenieurs gaan aan het werk, nieuwe kanonnen worden geplaatst en het lijkt erop dat de Grebbelinie werkelijk gaat bijdragen aan de verdediging van de Republiek. Helaas verloopt de geschiedenis anders: als de Fransen in 1794 eindelijk doorstoten naar het noorden, is de Grebbelinie slechts een korte rustpauze voor de Franse legers, die de Engelsen verjagen naar het noorden. Dumoulin maakt het niet meer mee: hij overlijdt in 1793.
Rapport van Gecommiteerdens nopende de Staat van ’s Lands Frontieren, Magazynen en Arzenaalen (1784), volledig gedigitaliseerd op Google Books.
Het Nationaal Archief, toegang 1.01.19: Archief van de Raad van State, diverse notulen, resoluties en inkomende/uitgaande brieven van deze periode.
