Engelsen bezetten vestingsteden en Fort Rammekens
1585-1616 Ter bescherming van onze zuidelijke grenzen en de zeetoegang tot de republiek, worden in de vestingsteden Den Briel en Vlissingen Engelse eenheden gelegerd. Hetzelfde geldt voor het Zeeuwse zeefort Rammekens, dat dan pas 40 jaar bestaat: het is gebouwd in 1547.

De vestingsteden Den Briel, Vlissingen en het fort Rammekens worden in pand gegeven aan de Engelsen: het is hun verzekering dat zij er niet bij in zullen schieten als de revolutie tegen de Spanjaarden onverhoopt mislukt en zij Nederland als bondgenoot verliezen. Nederland heeft al enorme schulden bij de Engelsen voor hun bijdrage aan onze vrijheidsstrijd. Het contact met de Engelsen is dan ook verre van gemakkelijk: William Russell, gouverneur van Vlissingen, schrijft bijvoorbeeld in 1588 aan de Raad van State, dat hij de extra hulptroepen niet in de heerlijkheid Vlissingen en het fort Rammekens zal toelaten omdat zijn eigen compagnie daar niet bij is ingedeeld.
In 1616 worden de twee pandsteden in Zeeland en Holland ontruimd. Het twaalfjarig bestand is dan een paar jaar oud en de betrokkenheid van de Engelsen wordt een stuk kleiner dan in eerste vijftig jaar van onze Tachtigjarige Oorlog. Ook door de prachtige poort van Fort Rammekens trekken de Engelsen weg, om er pas in 1809 terug te keren tijdens de (mislukte) invasie tegen de Franse legers van Napoleon.
Nationaal Archief, toegang 1.01.06: Archief van de Staten-Generaal, inventarisnr. 12576.3; idem, toegang 1.01.08: Archief van de Staten-Generaal, inventarisnr. 12589.31; idem, toegang 3.01.14: Archief van Johan van Oldenbarnevelt, inventarisnrs. 1170, 2965 en 2973.
