Verpachting van gras van de vestingstad Brielle
1853 De grond en het water van de vestingen behoorde de Nederlandse Staat. ’s Rijks Domeinen was de instantie die regelde hoe er met die gronden en wateren werd omgegaan. Ze moesten voor een belangrijk deel geld op brengen. Zeker in een tijd dat er weinig oorlogsdreiging was, betekende dit dat vissers de wateren mochten bevissen en vee-eigenaren de graslanden en hellingen van de vestingen mochten beweiden – tegen betaling uiteraard.

Voor notaris Pieter van Andel verpacht Mr. Henrik baron Collot d’Escurij (ontvanger der domeinen) de grasgewassen van Hollandse vestingen. De graslanden worden verpacht van poort tot poort of per bastion afzonderlijk. Voor de vestingstad Brielle gebeurt dat in de volgende delen:
- van de Zuidpoort tot de Langepoort, waaronder ook behoren het Westerbolwerk, Holebolwerk en Oranjebolwerk
- van de Langepoort tot de Walepoort, de Lijnbaan en de Kijkpaalbolwerk
- de contrascarpe buiten de Waterpoort aan de westzijde van de haven
- het ravelijn buiten de Waterpoort van de vesting
- het ravelijn buiten de Langepoort
- het grasgewas van het ravelijn buiten de Zuidpoort
- het grasgewas van het ravelijn buiten de Kraaijepoort.
Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, toegang 110: Notariële akten, inventarisnr. 60.

[...] Schans Door Raymond Uppelschoten op 3 februari 2010 Vesting in de provincie Zuid-Holland Al eerder schreef vestingbouw.nl over de economische rol van de vestingwerken van Brielle, met name de begrazing ervan door het [...]